.::Rodent::.
 

De lemmingmuis

De Noordelijke Lemmingmuis. Mijn ervaring met Synaptomys borealis
© Hubert De Keyser


Eind maart '99 werd mij een groep kleine knagers aangeboden onder de naam Bog Lemming. Uit de invoerdocumenten bleek het hier te gaan over Synaptomys borealis of Northern Bog Lemming.

1)Kenmerken

Grzimek noemt het geslacht Synaptomys lemmingmuizen en deelt ze in onder twee soorten, nl. Noordelijke en Zuidelijke Lemmingmuis of Synaptomys borealis en Synaptomys cooperi, die leven in Noord-Amerika.
S. borealis komt in de natuur voornamelijk voor in Canada, van het Oosten tot in Alaska. Ze bewonen laagveenstreken en graslanden. De voortplantingstijd duurt van maart tot oktober. Ze maken een nest van droog gras zowel boven als onder de grond. In veel jaren komen de lemmingmuizen in groten getale voor, in andere jaren ontbreken ze bijna volledig.

Lemmingmuizen zijn ook 's winters de hele dag actief en door hun onrustige aard werken ze zich vaak dood.
S. borealis is een grijsachtig-kaneelbruin gekleurd knaagdier dat uiterlijk gelijkt op een woelrat met een lichaamslengte van 10-13 cm en een staartje van 1-2 cm.

2)Huisvesting, kweek en voeding

In het begin had ik mijn dieren gehuisvest in een groep van drie mannen met twee vrouwen in een terrarium van 45 x 125 cm met nestplaatsen, veel houtkrullen en hooi. Na twee weken was er al een nest jongen geboren in een holle boomstam en enkele dagen later een tweede worp in hetzelfde nest, geen van de jongen heeft het overleefd. Elke dag vond ik wel ergens een dood jong. Het nest diende ook als slaap- en schuilplaats voor de andere dieren, dus heerste er een drukke verkeerssituatie.
Ik besloot om de dieren op te splitsen in koppeltjes, één paartje bleef gehuisvest in het grote terrarium en een ander paartje verhuisde naar een terrarium van 45 x 55 cm met een zelfde grondbedekking en met schuilmogelijkheid. In beide hokken werden jongen geboren en weer stierven in het eerste hok alle jongen, maar nu pas als ze het nest begonnen te verlaten. In het tweede hok gebeurde ongeveer hetzelfde maar hier overleefden enkele dieren.

Na het lezen van een artikel over lemmingen die hun jongen niet terugvinden, besloot ik om ook het ander paartje naar een kleiner terrarium te verhuizen. In beide bakken werden alle schuilplaatsen verwijderd en werd enkel een dunne laag grondbedekking gegeven met slechts één hoekje voorzien van nestmateriaal.

Resultaat was dat bij het volgende nest slechts één jong afviel. Na het lezen van een artikel over S. cooperi was de voeding aan de beurt. Bij de dagelijkse portie granen, zaden en groenten begon ik nu ook groenvoer als paardebloem en weegbree, maar vooral gras te geven. Mijn vermoeden dat gras het hoofdvoedsel is bleek een goede gok. Bij de twee volgende nesten hebben alle jongen het overleefd.

3)Levensverwachting

Als je vergelijkt met steppelemmingen zou S. borealis geen lang leven beschoren zijn. Ik heb mijn dieren nog niet lang genoeg in mijn bezit om hier een duidelijk beeld van te kunnen geven. Wel is het zo dat van de stamdieren reeds 1 koppel gestopt is met voortplanten na 2 nesten. Een nakweek vrouwtje werd bij het overgebleven volwassen mannetje gezet en baarde op een leeftijd van 63 dagen haar eerste jongen.
In regel kunnen ze 1 nest per maand werpen. De kortste periode tussen 2 nesten was 23 dagen, dus waarschijnlijk hebben ze een draagtijd van ongeveer drie weken.

Vermoedelijk zullen ze slechts één seizoen vruchtbaar zijn, regelmatig jonge dieren aanhouden lijkt dus aangewezen.

 

 

.::Rodent::.

 

Copyright 2003 Rodent